VSH eigenschappen

Het is duidelijk dat de honingbij (door selectie) verschillende eigenschappen kan ontwikkelen om besmetting door Varroa te verminderen. Dit is aangetoond in niet-behandelde volken in het wild en in speciale teelt- en selectieprogramma’s (zoals Varroa sensitieve hygiëne (VSH) bij bijen van de USDA-Baton Rouge). De eigenschappen kunnen worden onderverdeeld in die, die verband houden met broed, en die met betrekking tot de periode waarin de Varroa op de bijen zit (De foretische fase).

Broed verwante eigenschappen – VSH:
Verwijdering van geïnfecteerde broed, Varroa sensitieve hygiëne (VSH), is een zeer efficiënte methode, ook gebruikt door de Aziatische honingbij.
Zoals reeds in Hoofdstuk 1 aangegeven kruipt een vrouwelijke varroamijt in de cel juist voordat deze wordt gesloten. Zodra de cel is gesloten kan de mijt beginnen met haar reproductie, door eerst een eitje te leggen waar een mannetje uit komt en daarna verschillende eitjes waaruit vrouwelijke Varroamijten voortkomen. De moedermijt maakt een gat in de larve voor het verzamelen van hemolymfe. Hetzelfde gat wordt ook gebruikt als voederplaats voor haar nakomelingen. De pasgeboren vrouwelijke Varroamijten paren met de mannelijke Varroamijt en verlaten de cel zodra de pop is uitgegroeid tot een honingbij.
Bijen die de Varroa sensitieve hygiëne eigenschap hebben geërfd gedragen zich anders ten opzichte van cellen waar een varroamijt in verblijft. Een vrouwelijke Varroamijt zal nog steeds de cel inkruipen en beginnen met voortplanting. Echter, sommige van de werksterbijen kunnen detecteren dat er een Varroa in de gesloten cel zit (misschien ruiken ze de beschadigde larve, de zich voortplantende Varroa zelf, of de nakomelingen – dit is niet duidelijk). Deze werkster opent de cel van de nog onontwikkelde pop. Als de cel geopend is, komen er andere werksters om de pop met de Varroamijt te verwijderen. De Varroamijt is er nu niet in geslaagd om zich te reproduceren. Een deel van deze Varroamijten zal opnieuw proberen een cel binnen te kruipen, maar ze hebben slechts een beperkte levensduur.
Het is aangetoond dat deze VSH-eigenschap zeer efficiënt is. Als besmet broed uit een niet-VSH-volk wordt gegeven aan een VSH-volk, worden de meeste Varroamijten (> 90%) gedetecteerd en verwijderd. Als de koningin van een niet-VSH-volk met een relatief hoog aantal mijten wordt vervangen door een VSH-koningin, gaat het aantal mijten naar beneden zodra er voldoende dochters van de nieuwe koningin aanwezig zijn in het volk. Gezien deze goede resultaten en de mogelijkheid om te selecteren op deze eigenschap, wordt deze eigenschap gebruikt in teeltprogramma‟s.

Andere broed verwante eigenschappen:
– Geen-reproductie door de mijt in het broed: In sommige volken kruipt een relatief groot aantal mijten in de broedcellen, maar deze kunnen of willen zich niet voortplanten. Waarom dit zo is, is niet duidelijk.
– Her-sluiting van de cel: Het openen en sluiten van besmet broed: in dit geval wordt het broed en de varroa niet verwijderd, maar blijkbaar wordt, door het openen van de cel, de reproductie verstoord. Het lijkt erop dat de onvolwassen mijten verdrogen door de open cel. Later wordt deze cel door de bijen weer gesloten en loopt de werkster gewoon uit. Dit zou een variatie kunnen zijn op het VSH-gedrag en kan goed worden waargenomen omdat opnieuw gesloten cellen er anders uitzien (je ziet duidelijk dat het deksel is gerepareerd).
– Relatieve aantrekkelijkheid van broed versus bijen: Het is aangetoond dat in bepaalde bijensoorten de varroa zich minder aangetrokken voelt tot het broed in vergelijking met andere soorten. De varroa blijft dan langer op de volwassen bijen, reproduceert zich niet en heeft een grotere kans om weggeveegd of beschadigd te worden.
– Dynamiek in een bijenvolk (langdurige broed, zwermen,..): Een bijenvolk heeft vele “beslis-punten”. Het kan beslissen om zich voor te bereiden op het zwermen (dit zal leiden tot een broedloze periode in de zwerm en in het resterende volk – een periode waarin de varroa zich niet kan voortplanten), het kan beslissen om vroeg te stoppen met het broed (dus het hebben van een lange winterperiode zonder broed – minder varroa‟s overleven hierdoor de winter), en ga zo maar door. De intense zwermtendens in tropische gebieden is een manier van omgaan met de varroabesmetting. In de bijenhouderij kunnen we de dynamiek van het bijenvolk gebruiken om een varroa-onvriendelijke omgeving te creëren, waarin bijvoorbeeld behandelingen effectiever zijn of waardoor de varroagroei onderdrukt wordt in combinatie met al gedeeltelijk varroaresistente-lijnen.
– Gesloten cel duur: Kortere gesloten-cel-broedperiode: de Aziatische honingbij, die kleiner is dan de Westerse honingbij, heeft een kortere gesloten-cel-broedperiode. Dit zorgt ervoor dat een kleiner aantal varroadochters volwassen is op het moment dat de jonge honingbij de cel verlaat. Er is aangetoond dat het gebruik van kleine (natuurlijke) cellen kleinere bijen creëert, maar ook een kortere geslotenbroedperiode geeft, waardoor het moeilijker wordt volwassen varroamijten te produceren in werksterbroed.
– Temperatuurveranderingen in broednest. Het is aangetoond dat varroamijten sneller reproduceren als de temperatuur relatief laag is. Dus verhoging van de temperatuur (waarschijnlijk makkelijker in tropische klimaten) zal de groei van de varroa verminderen. Het is niet echt duidelijk hoe belangrijk dit kenmerk is voor de algehele varroaresistentie. Echter, ook in dit geval beargumenteren de aanhangers van de „kleine cellen‟ dat deze kleincellige volken hun raampjes dichter op elkaar hebben hangen waardoor een compacter en dus warmer broednest ontstaat met een gunstig effect op de varroabesmetting.

Eigenschappen gerelateerd aan de volwassen bij:
Als de varroamijt niet aan het reproduceren is in het broed leven ze op de bijen, zich voedend en zich voorbereidend om weer het broed in te gaan. Dit is ook een gelegenheid voor de bijen om iets tegen de Varroa te doen.
– Poetsen (binnen en buiten het volk): De bij verwijdert de mijt van zichzelf of van een andere bij. Dit is ook een eigenschap die is waargenomen bij de Aziatische honingbij en hoogst waarschijnlijk een interessante om op te selecteren. Het wegpoetsen van de mijt van de bij brengt de varroamijt in gevaar aangezien ze moeite heeft zich vast te houden aan de raat en op deze manier het contact met de bijen en het volk kan verliezen. Poetsgedrag is eveneens relevant in verband met de volgende eigenschap; het doden of beschadigen van de Varroamijt zelf.
– Doden of beschadiging van de Varroamijt door de bij: Bijvoorbeeld door een poot af te bijten of het lichaam van de mijt te beschadigen. Verschillende gradaties van schade door de bijen zijn waargenomen in verschillende lijnen van bijen. Het meten van de hoeveelheid schade aan de mijt is niet eenvoudig.
– Virus resistentie/tolerantie van de bijen: De bij heeft een relatief zwak ontwikkeld immuunsysteem, het pantser zou virussen en bacteriën buiten het lichaam moeten houden. In het geval dat bepaalde bijenlijnen beter bestand zouden zijn tegen bepaalde virussen of bacteriën, dan zou men kunnen stellen dat dit een selectiecriterium kan zijn. Het meten en bepalen van virusresistentie is zeer moeilijk en helpt niet bij het onderliggende probleem – de Varroamijt.

Andere voordelen VSH:
De VSH eigenschap is ook effectief bij de broedziekten Amerikaans vuilbroed en kalkbroed.

Advertenties