Soorten koninginnen bij de teelt

Hieronder een stukje geschreven door Jay Smith in zijn boek “Better Queens.” Jay was een koninginnenteler die zeker 50 jaar lang duizenden koninginnen per jaar teelde. Hij verteld hier welke meer of minder ontwikkelde koninginnen in een volk kunnen voorkomen. Die ontwikkeling heeft alles te maken met de hoeveelheid koninginnengelei die zij als larf kregen. Misschien herkent u iets.

Veel imkers denken dat er een scherpe scheiding is tussen een werkster en een koningin. Ze geloven dat de bij of een perfecte werkster is of een perfecte koningin. Ik geloof dat ik de eerste ben die opmerkt dat bijen worden gekweekt in alle fasen tussen werkster en koningin en dat deze fasen veroorzaakt worden door de hoeveelheid koninginnengelei die een larve krijgt. Deze verschillende verschijningsvormen worden niet alleen veroorzaakt door de soort voeding die zij kregen maar ook de hoeveelheid die zij kregen.

Op ons werk hebben we veel fasen waargenomen zoals hierboven al gezegd. Bij een aantal gelegenheden hebben we een bij waargenomen met een puntiger achterlijf (abdomen) en met een gele kleur net als een onbevruchte koningin. Zo’n bij blijft in het volk en gedraagt zich als een werkster en zal nooit een moerdop afbreken of in gevecht gaan met een uitlopende koningin. Zij gaat het veld in of voert nuttig werk uit in de kast maar ik heb nooit kunnen ontdekken wat zij uitvoert.

Dan is er een koningin die in ontwikkeling enkele treden boven de vorige staat en dat is de gemeenste, meest verachterlijke en meest &*@!?&¿ bij die ooit bestond. Zij ziet eruit als de bij zoals ik juist beschreef maar een beetje groter en ziet eruit als een koningin maar zo klein dat ze niet opvalt, zelfs niet als ze voor je neus op de raat loopt. Ze breekt alle doppen, net zo snel als je ze geeft, weer af. Wat haar zo vervelend maakt is het feit dat het zo weinig voorkomt dat je niet naar haar zoekt maar dat je naar een normale onbevruchte koningin zoekt. Ik weet niet waar zo’n bij vliegt om te paren maar als ik haar zie zijn haar kansen voorbij.

Een koningin die daar in ontwikkeling weer een paar treden boven staat gaat op bruidsvlucht maar keert nooit terug.

Een koningin die in ontwikkeling weer boven de laatst beschreven koningin staat gaat op bruidsvlucht, paart en komt terug. Ze legt een paar eitjes en wordt vervangen. Er zijn al te veel van dit soort koninginnen verzonden door telers die de overlarfmethode gebruiken.

Een koningin die in ontwikkeling daar weer boven staat blijft in de kast en legt weinig eitjes waardoor je een oogst honing verliest. Of zij sterft in de winter of ze wordt vroeg in het voorjaar vervangen.

Dan zijn er ook nog de koninginnen die helemaal zijn ontwikkeld en de kast vol met werksters houden en die een grote honingoogst binnenhalen.

De eerstgenoemde bij is geteeld in een werkstercel terwijl de tweede die ik noemde geteeld kan zijn in een kleine moerdop die men vaak voor een darrencel aanziet.

Nu gaan we zien hoe we die perfecte koninginnen kunnen telen.

 

Advertenties