Cloake-Board

Er zijn talloze methoden om koninginnen te telen. Daarvoor zijn condities nodig die de natuurlijke zwermdrift onder gecontroleerde omstandigheden aanmoedigen, vergroten en ondersteunen.

Het Cloake-board systeem is zo’n methode.

Het Cloake bord is ontwikkeld door Henry Cloake, een imker in Nieuw Zeeland. Met deze methode kan men een hoge kwaliteit koninginnencellen verkrijgen met een minimale verstoring van het bijenvolk.

We hebben hiervoor een z.g. Cloake bord nodig. Het Cloake bord bestaat uit een moerrooster, een rand en een afsluitplaat. (zie foto)

Cloake-Board

In het volgende worden de verschillende stadia besproken. De vliegopening wordt aan gegeven door een dubbele pijl.

Uitgangspositie:
We beginnen met een volk op 2 broedkamers.

Uitgangspositie CloakeDag 1:
De bijeningang wordt gesloten en de bodem wordt 180 graden gedraaid.
De koningin komt in de onderste broedkamer.
De onderste broedkamer wordt afgedekt met een koninginnenrooster.
Hierbovenop het Cloake-board (zonder afsluitplaat)
Plaats hierboven de bovenste broedkamer (hierin moeten pollen, honing en open broed aanwezig zijn)
Tijdens de hele periode wordt gevoerd met suikeroplossing 1:1. (zie foto)
1Dag 2:
Plaats de schuif in het Cloake-board.
Open de ingang in de bodem (dit resulteert erin dat de bijen zich ophopen in de bovenste broedkamer en zo genereer je een moerloos gedeelte)
Verwijder 1 raam uit de bovenste broedkamer ( zover mogelijk van het gesloten broed verwijderd)
Plaats het lege raam voor de doppenteelt in het midden van de bovenste broedkamer.
2Dag 3:
Verwijder het lege raam voor de doppenteelt uit de bovenste broedkamer.
Verwijder alle open broed uit de bovenste broedkamer.
Larf over.
Plaats het raam met de overgelarfde 1-dags larven weer terug in de bovenste broedkamer.
3Dag 4:
De schuif verwijderen uit het Cloake-board (Er ontstaat weer een moergoed volk)
Controleer hoeveel larven zijn aangenomen.
Sluit de onderste bijeningang in de bodem.
Doppen worden verder uitgebouwd en warm gehouden.
Laat alles met rust tot dag 13.
4Dag 13: (= 10 dagen na overlarven)
De doppen kunnen worden gekooid of in bevruchtingskastjes worden geplaatst.
13Dag 15: ( = 12 dagen na overlarven)
De koninginnen komen uit hun doppen en worden gemerkt.
De moeren worden in de bevruchtingskastjes geplaatst.

Dag 20:
Laten bevruchten (bevruchtingsstation of eigen stand)
Je ziet dat er nogal wat handelingen zijn verbonden aan het werken met het Cloake board.
Mijn voorkeur gaat uit naar de drieramer-starter, de broedaflegger-starter en de starter bovenop een volk. Afhankelijk van de situatie op de bijenstand.

Bij gebruik van het Cloakboard, het moerloze volk en het moergoede volk kun je de doppen gewoon in het volk laten en ze op dag 10 na overlarven voorzien van een uitloopkooitje. Dat kan ook op dag 5 na overlarven maar ik raad je dit af omdat de poppen in de doppen op dag 5 na overlarven niet tegen stoten kunnen en snel naar onder in de dop vallen waar ze verhongeren. Dit heeft me al veel koninginnen gekost.
Maar zie je er niet tegenop dan licht je voorzichtig zonder stoten het teeltraam uit het volk. Sla de bijen er niet af maar veeg voorzichtig met een handvegertje en blaas wat rook op het teeltraam. Als je het teeltraam met de onderlat op de andere ramen zet lopen de bijen zo naar beneden de kast in. Je moet even geduld hebben maar het werkt.

Of Naar de honingkamer
Je verwijdert het moerrooster van het teeltraam en je hangt het teeltraam in de honingkamer. Dit is de reden dat het teeltraam een honingkamerraam is. Als je doppen boven het moerrooster in een honingkamer hangt moet je er rekening mee houden dat bij koude nachten de honingkamerbijen naar het broednest gaan en de doppen in de steek laten.
Uitloopkooitjes kun je nu, maar ook op dag 10  na overlarvenplaatsen.

Of Naar de broedstoof
Je neemt het teeltraam mee naar de broedstoof die al op temperatuur ( tussen 34,5 en 35 graden) is gebracht en de juiste vochtigheidsgraad (RV 65 tot 70%) heeft. Afhankelijk van de uitvoering plaats je het teeltraam, of de teeltlat met doppen of alleen de doppen, allemaal voorzien van een uitloopkooitje in de stoof.
Dag 6 t/m 9 (na overlarven)
Op deze dagen zijn de doppen zeer kwetsbaar en ik raad je dan ook aan ze niet te beroeren.
Dag 10 (na overlarven)
Welke manier je ook hebt gevolgd maakt niet uit maar nu moeten de doppen worden voorzien van uitloopkooitjes. Als ze in een moerloos volk zitten kun je één dop in dat volk laten uitlopen dan heeft het volk weer een koningin. Je kunt ook alvast bevruchtingsvolkjes maken en deze na een paar uur voorzien van een dop zodat de koningin in een bevruchtingsvolkje uitloopt. Bij de overige doppen heb je de keus de doppen in de honingkamer boven een moerrooster te hangen of naar de broedstoof te brengen. Ik raad je aan ze uit de broedkamers te verwijderen. Ook voor je eigen gemak omdat je vanaf dag 11 zult moeten controleren of de koninginnen zijn uitgelopen.
Dag 11,12 en 13 (na overlarven)
Als er een koningin is uitgelopen verwijder je het uitloopkooitje met de koningin en breek je de uitgelopen dop weg. Dit doen we om te voorkomen dat de koningin in de open dop kruipt en er niet meer uit kan en verhongert. Laat de cup in de dophouder zitten, anders kan de koningin ontsnappen door het gaatje in de dophouder. Je kunt de koninginnen nu merken en controleren op gebreken.
Pas uitgelopen koninginnen kunnen nog niet vliegen en je kunt ze op een tafel binnenshuis laten lopen. Ze lopen zo het merkbuisje in en daarna laat je ze weer in het uitloopkooitje lopen. Plaats het kooitje met de koningin weer terug. Werk je met een broedstoof zorg dan dat er wat honing in de uitsparingen van het deksel van het uitloopkooitje zit. Eén druppel is genoeg.
Je zult zien dat je steeds minder doppen/koninginnen overhoudt. Je begon met bijvoorbeeld twintig larven waarvan er zestien werden aangeblazen.
In de pleegvolken verloor je er ook nog vier die niet verder werden uitgebouwd en nu blijken er twee niet uit te lopen. Resultaat is tien koninginnen als ze onbeschadigd zijn. Ik heb ze ook wel eens zonder vleugels zien uitlopen.
Zo, nu is het proces van koninginnen telen achter de rug. Maar we zijn er nog niet.
We hebben nu meerdere net uitgelopen en nog onbevruchte koninginnen ter beschikking.
Deze moeten nu bevrucht worden. De koninginnen die je hebt laten uitlopen in een moerloos volk of in een bevruchtingskastje worden nu goed verzorgd. Maar de koninginnen die nog in een uitloopkooitje zitten moeten nu in een bevruchtingskastje worden ingevoerd. Er is een ruime keus uit deze kastjes.

 

Advertenties

5 thoughts on “Cloake-Board

  1. Beste imker,

    Door zeer beperkt succes dit jaar met de moerteelt ben ik op zoek gegaan naar alternatieve methodes. Ik ben hierbij op het Cloake board gestuit en heb inmiddels een moerrooster gelegd en de bodem omgedraaid en afgesloten. Boven het rooster een vliegopening. Het viel mij gisteravond op dat er een flinke tros bijen aan de onderzijde tegen het varroarooster hingen.
    Heb je soortgelijke ervaringen en ook ideeen dit te voorkomen.
    Ook vraag ik me af wanneer de doppen naar de broedstoof gaan eventueel een tweede serie succesvol geplaats kan worden.

    met vriendelijke groet,
    Henk Schram
    Klundert
    0168-405264

    Like

  2. Draai je de kast ook in de bijenstal 180 gr zodat de bijen de stal invliegen??? of moet de kast buiten de stal geplaatst worden???
    Croy

    Like

    1. Ik heb zelf de kasten buiten in vrije opstelling staan. Je kunt de kast buiten de stal plaatsen maar dat hoeft niet want de vliegbijen gebruiken het vlieggat in de stalzijde alleen om de kast te verlaten en komen aan de voorzijde een verdieping hoger weer binnen.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s